Bachelor Toegepaste fotografie Fotovakschool

watziterinmijntas-

Onderstaande tekst is bedoeld voor aankomende studenten die overwegen apparatuur aan te schaffen voor een opleiding aan de Fotovakschool.

Als je begint met een opleiding heb je genoeg aan een digitale spiegelreflexcamera of een systeemcamera. De prijs loopt grofweg uiteen van € 600,-- tot € 3000,-- euro of meer. Bij de aanschaf van apparatuur speelt het beschikbare budget en persoonlijke voorkeur natuurlijk een grote rol.

Voor de basisopleiding heb je in principe genoeg aan een Camera (body) met bijbehorende lens (kitlens).

Voor de andere opleidingen moet je tijdens de opleiding rekening houden met de aanschaf van een statief, opzetflitser en extra objectieven. Al naar gelang je eigen keuzes zal je tijdens je studie interesse ontwikkelen in overige randapparaten, zoals bijvoorbeeld studiolicht.

 

Voltijdstudenten dienen ook over een eigen laptop te beschikken, waarop de nieuwste versie van Adobe Creative Cloud (met studentenlicentie) kan draaien.

 

Een portable harddisk is voor het meenemen van bestanden aan te raden.

In onderstaande vind je een toelichting en de uitleg van enkele belangrijke begrippen.


Camera (body)

Er zijn twee gangbare type camera’s:

De spiegelreflexcamera en de systeemcamera. Het is noodzakelijk dat het een camera is waarbij je (bijbehorende) objectieven kunt wisselen.

Bij een digitale spiegelreflexcamera, ook wel DSLR (Digital Single Lens Reflex) kijk door de lens naar je onderwerp. Het licht kaatst via een spiegel naar boven en gaat dan door een zogenoemd Pentaprisma, dat ervoor zorgt dat de fotograaf door de zoeker een rechtopstaand beeld ziet. Op het moment dat op de ontspanner wordt gedrukt, klapt de spiegel naar boven en opent de sluiter, waardoor het beeld gedurende de vastgestelde belichtingstijd op de sensor komt. 

Voor elke spiegelreflexcamera heb je de keuze uit objectieven van groothoek tot telelens, met een vast brandpunt of met een zoomsysteem.

Een systeemcamera is eigenlijk een spiegelreflexcamera maar dan zonder spiegel. Omdat er geen spiegel aanwezig is, kan de behuizing klein en compact gehouden worden en zijn ze vaak licht van gewicht. Tevens blijft de mogelijkheid om objectieven te wisselen  Ook maken deze camera’s minder geluid, doordat je geen opklappend spiegel hebt. Dit soort camera’s worden ook wel Mirrorless, ILC (interchangeable-lens compact) of EVIL (electronic viewfinder interchangeable lens) genoemd.


Geschikte camera’s (body’s)

Canon spiegelreflex camera (DSLR)

Beginnend fotograaf

EOS 1200D, EOS 100D, EOS 700D

liefhebber

EOS 60D, EOS70D, EOS 7D Mark1 of 2, EOS 6D (full-frame)

Professioneel fotograaf

EOS 5D Mark2, EOS-1D X, EOS0-1D C, 1DS Mark3

 

Nikon spiegelreflex camera (DSLR)

Consument

D3300, D5300, D610, D7100, D5200, D600, D3200, D5100, D3100, D7000, D90

Professioneel

D4S, D750, D810, DF, D800, D800E, D4, D300S, D3X

Olympus

OM-D systeem camera’s: E-M1, E-M5, E-M10

Sony

Consumenten camera met verwisselbaar objectief

α77 (systeemcamera)

α ILCA-77-2 (DSLR)

Professionele camera

α7S, α7R, ILCA-7 (systeemcamera)

α99 (DSLR)

Pentax

K-S1 (DSLR)

 

Fujifilm

Professionele systeemcamera

X-T1, X-PRO1, X-E2


Leica

S (DSLR)

T (systeemcamera)

M (meetzoekercamera)

 

Voor het werken met de Technische Camera's (Cambo, Actus en Mini) van de Fotovakschool zijn koppelstukken van de volgende merken aanwezig: Canon, Nikon, Sony, Pentax, Huji. Wie met een ander merk wil werken kan zelf een Cambo-koppelstuk aanschaffen. 

 

Bij de camere komt een USB-kabel. Daarmee kan de koppeling met de FVS-apparatuur worden gemaakt.

 

Een eigen card-reader completeert de uitrustig.


Toelichting camera’s

Veel voorkomende problemen bij de eenvoudige (instap-) modellen:

-Minder bedieningsgemak

-Minder instelmogelijkheden

-Minder bestand tegen weersinvloeden

-Levensduur sluiter rond de 50.000 opnames.  Bij professionele camera’s is dit 3 tot 5 keer hoger.


Lens of objectief

Van alle onderdelen van een camera is het objectief - samen met de beeldsensor - het meest bepalend voor de kwaliteit van de foto.

De woorden ‘objectief’ en ‘lens’ worden in de fotografie vaak door elkaar gebruikt. Toch is er een verschil: een lens of lensdeel is namelijk onderdeel van het objectief. In het objectief zit een aantal groepen lenzen die ten opzichte van elkaar de optische eigenschappen van het objectief bepalen.


Beeldhoek

Er zijn talloze objectieven met talloze eigenschappen. Allereerst is er verschil in brandpuntsafstand. Dat bepaalt de beeldhoek; de hoek tussen de stralen die het scherpe beeld bij een lens begrenzen. Deze hoek wordt uitgedrukt in aantal graden.

Als wij recht vooruit kijken, beslaat de beeldhoek die we overzien ongeveer 45 graden. Een ‘standaardobjectief’ heeft een 50 mm objectief en overziet daarmee 46 graden.  Door hun optische constructie, kunnen objectieven ook andere beeldhoeken zichtbaar maken: groter of kleiner dan 45 graden.

Een lens met een klein brandpuntsafstand heeft een grote beeldhoek. Een lens met een groot brandpuntsafstand heeft een kleine beeldhoek.

Een 24 mm lens heeft een beeldhoek van 84 graden, een 50 mm lens heeft een beeldhoek van 46 graden en een 200 mm een beeldhoek van 12 graden.


Objectieven

Er zijn veel soorten objectieven. Dit zijn de voornaamste:

Objectieven met vaste brandpuntsafstand:
-Fish-eye-objectief (geeft een bolle vervorming)
-Groothoekobjectief ( f <50 mm)

-Standaardobjectief ( f = 50 mm)

-Teleobjectief ( f > 50 mm)

- Macro-objectief 

1-

2-    Objectieven met variabele brandpuntsafstand (zoomobjectief).
Zoomobjectief

Een zoomobjectief is een lenzenstelsel met een variabele brandpuntsafstand. Met een draai- of schuifbeweging kan de brandpuntsafstand en daarmee de beeldhoek worden aangepast. Deze verandering komt doordat bepaalde lenzen of lensgroepen van het objectief ten opzichte van elkaar verschuiven.

Bij het zoomen veranderen de brandpuntsafstand en de beeldafstand. Daarmee verandert ook  de verhouding tussen de beeldafstand en de voorwerpafstand. Er ontstaat een vergrotingsfactor. Het veranderen van deze vergrotingsfactor is ook de bedoeling van een zoomobjectief: je kunt nu voorwerpen of een grotere afstand ook groot in beeld krijgen.


Cropfactor

In de analoge fotografie is het kleinbeeld-filmformaat ontwikkeld van 36x24mm (het 35mm negatief- en dia formaat). Bij digitale fotografie heet dit formaat ‘full frame’.
Veel spiegelreflex camera’s hebben echter een sensor die kleiner is, b.v. 24x18mm. Dit heet een ‘cropsensor’. 

Voorbeeld: de cropfactor van een camera is 1,6. Als je een 50mm-objectief gebruikt, zal de brandpuntafstand vergelijkbaar met een full frame camera worden:

1,6 x 50mm = 80mm


Lichtsterkte

Op een lens wordt naast de brandpuntsafstand ook de lichtsterkte aangeduid. Bijvoorbeeld ƒ2.8 of ƒ3.5 of ƒ5.6 etc.

Hoe lager dit getal hoe meer licht de lens doorlaat (belangrijk bij fotograferen bij weinig licht). Hoe meer licht de lens doorlaat (bijv. 2.8) hoe duurder de lens. Zoomlenzen hebben vaak een verloop in lichtsterkte, bijv. 3.5 - 5.6.

Alleen duurdere zoomlenzen hebben een constant in lichtsterkte.

 

Voor een full-frame camera is een brandpunt vanaf 28 mm tot een 135 mm wenselijk.  
Heb je een camera met een cropfactor is een brandpuntsafstand gewenst van 18 tot 85 mm.

 

Links voor informatie:

www.canon.nl

www.nikon.nl

www.sony.nl

www.olympus.nl

www.fuji.nl

www.pentax.nl

www.sigma-benelux.nl

www.tamroneurope.com

www.thkphoto.com

 

Statief

Over het algemeen past iedere camera op elk statief. Maar niet ieder statief is direct geschikt voor elke camera. Zo heeft een statief een maximaal draaggewicht en maximale en minimale hoogte. Een statief moet stabiel zijn en let op het gewicht.

Behalve het statief zelf, is ook de kop van belang. Bij goedkopere statieven zit deze er vaak bij, maar bij de duurdere statieven zitten deze er niet standaard bij. Dit om zo flexibel mogelijk te zijn en afhankelijk van je wensen de ideale set samen te stellen. Meest gebruikelijk is de “tilt & pan” kop waarbij je over drie richtingen de kop kunt bewegen (draaien, links-rechts, naar boven-naar beneden)

Er zijn speciale koppen voor panorama- en architectuurfotografie.
De meeste koppen hebben tegenwoordig een ‘quick release’ zodat je de camera snel van de kop kunt halen als je gaat verplaatsen.

Flitser en flitsaansluiting:
Bijna elk cameramerk (bv. Nikon, Canon, Sony) maakt ook flitsers die bij het eigen systeem passen. Er zijn ook merken, zoals Metz, die flitsers maken voor verschillende cameramerken. De flitser moet een verdraaibare flitskop hebben en regelbare flitssterkte. Het ‘vermogen’ van de flitser wordt het ‘richtgetal’ genoemd. Deze moet minimaal 32 zijn. De flitssterkte moet handmatig (M) in te stellen zijn, maar ook automatisch d.m.v. een TTL-methode. Voor aansluiting van de studioflitsers is een FlitsSynchronisatie-aansluiting nodig. Indien deze niet standaard op de camera zit wordt dit opgelost met een camera-specifieke adapter (een zg. Flitsblokje; in de fotohandel verkrijgbaar).